Laden...

shutterstock_266181725.jpg

Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie is een therapie die zich het meest wetenschappelijk heeft bewezen en geschikt is voor een kortdurende behandeling. De kerngedachte van de cognitieve gedragstherapie is dat de manier van denken bepaalt hoe je je voelt en gedraagt. De manier van denken is te beïnvloeden en ook je gedrag kan je veranderen.


Cognitieve therapie richt zich op het veranderen van cognities: gedachten/overtuigingen die iemand heeft. Het beoordelen van gebeurtenissen gaat heel snel, en we doen dit op basis van de kennis die we al hebben uit eerdere leerervaringen. Wanneer je een keer in de trein een paniekaanval hebt gehad en dacht dat je zou gaan flauwvallen en bij het eerstvolgende station uitstapte, kun je in de trein (situatie) door de eerdere leerervaring (je kreeg een paniekaanval en dacht flauw te gaan vallen) de situatie heel snel als gevaarlijk kunnen beoordelen. De automatische gedachte ‘in de trein, val ik flauw’ kan opkomen. Automatische gedachten worden zo genoemd omdat ze heel snel en direct na een gebeurtenis opkomen, zonder dat je je daarvan bewust bent. Deze automatische gedachten worden voor waar aangenomen en beïnvloeden jouw gevoel en gedrag waardoor je bijvoorbeeld niet meer met de trein durft te reizen. Door meer grip te krijgen op deze gedachten en ze uit te dagen en te toetsen met gedragstherapie, wordt de angst minder en kun je je gedrag veranderen.
Gedragstherapie richt zich op het veranderen van gedragingen die niet functioneel of helpend zijn. Een veelgebruikte techniek is exposure met responspreventie. Exposure met responspreventie is een gedragstherapeutische techniek die kan worden gebruikt om bepaalde gedragspatronen te doorbreken. Normaal gesproken zou je in het eerder genoemde voorbeeld alleen al bij het zien van een trein rechtsomkeert maken, maar dat mag in dit geval niet. Dit wordt responspreventie genoemd, dus het voorkomen van de reactie die de persoon eerder altijd maakte. Je gaat dus een ritje maken met trein (exposure) en mag niet gelijk weglopen (responspreventie) maar blijft in de situatie. Uiteindelijk zal de angst minder worden en langzaam verdwijnen (uitdoven).